Stel je voor dat je een professionele marathonloper uitdaagt. Hij traint 200 kilometer per week, heeft de beste schoenen, de beste coach, en tien jaar ervaring. Jij loopt één keer per week een rondje van vijf kilometer. En jij wint de race.

Dat klinkt absurd. Maar precies dit gebeurt er als je een passieve index-ETF vergelijkt met een actief beheerd beleggingsfonds. De amateur wint. Niet altijd, niet elk jaar, maar gemiddeld, structureel, over de lange termijn.

Hier is waarom. En wat je ermee kunt doen.

Wat is een index?

Een index is een selectie van aandelen die een deel van de markt vertegenwoordigt. De AEX bevat de 25 grootste Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. De S&P 500 bevat de 500 grootste Amerikaanse. De MSCI World volgt meer dan 1.500 bedrijven uit 23 ontwikkelde landen. De FTSE All-World gaat nog verder: 3.700 bedrijven uit 49 landen.

Een passief indexfonds of ETF koopt simpelweg alle aandelen in die index, in dezelfde verhoudingen. Geen analyse, geen selectie, geen fondsmanager die beslissingen neemt. Gewoon de markt volgen. Dat klinkt lui. Het werkt fantastisch.

De cijfers: wat zegt het bewijs?

S&P Global publiceert elk jaar de SPIVA-studie, een groot onderzoek dat de prestaties van actieve fondsen vergelijkt met hun benchmarkindex. De conclusies zijn consistent over tientallen jaren en tientallen markten:

Over een periode van 1 jaar presteert circa 60% van actieve fondsen slechter dan de index. Over 5 jaar: 75 tot 80%. Over 15 jaar: meer dan 90%. En dat zijn de fondsen die nog bestaan; fondsen die het slecht doen, worden vaak samengevoegd of stopgezet. Waardoor de statistieken voor actieve fondsen eigenlijk nog gunstiger zijn weergegeven dan de werkelijkheid.

De fondsen die het in één decennium wel beter doen, presteren gemiddeld niet beter in het volgende decennium. Er is geen manier om van tevoren te identificeren welke fondsbeheerder het goed zal doen. Geluk en vaardigheid zijn statistisch niet te onderscheiden op korte termijn.

90% van de professionele fondsbeheerders verliest het op 15 jaar van de index. Als zij het niet kunnen, waarom zou jij dat dan wel kunnen, en waarom zou je hen daarvoor betalen?

Waarom verslaat de index de professionals?

Efficiënte markten. De aandelenmarkt verwerkt nieuwe informatie vrijwel onmiddellijk in de koers. Er zijn miljoenen professionele beleggers die continu op zoek zijn naar hetzelfde voordeel. Als ergens een kans is om te profiteren van voorkennis of betere analyse, wordt die kans binnen milliseconden weggewerkt door al die andere slimme mensen. Systematisch voordeel behalen is daardoor uitzonderlijk moeilijk.

Kosten. Een actief fonds rekent 1 tot 2,5% per jaar. Een indexfonds of ETF rekent 0,07 tot 0,30%. Dat kostenverschil moet de actieve manager elk jaar terugverdienen voordat hij je ook maar break-even laat draaien. Op de lange termijn is dat een enorme last.

Transactiekosten. Actieve fondsen kopen en verkopen constant. Elke transactie heeft een prijs, zowel de expliciete kosten (commissies) als de impliciete (de spread tussen koop- en verkoopprijs). Die kosten komen bovenop de beheervergoeding.

Belastingen. Frequent handelen genereert belastingbare events. Passieve fondsen handelen nauwelijks, wat fiscaal efficiënter is.

Hoe zet je indexbeleggen op?

Stap 1: kies je ETF. Voor de meeste mensen is VWRL (Vanguard FTSE All-World) het beste startpunt. Breed, goedkoop (0,22% TER), verhandelbaar in euros op Euronext Amsterdam. Wil je iets goedkoper? Dan IWDA (iShares MSCI World, 0,20%) voor ontwikkelde landen, aangevuld met EMIM (iShares MSCI Emerging Markets IMI, 0,18%) voor opkomende markten in een 80/20 verhouding.

Stap 2: kies je broker. DEGIRO voor lage kosten en eenvoud. MEXEM als je later grotere bedragen belegt. Je eigen bank als je gemak belangrijker vindt dan optimale kosten.

Stap 3: bepaal je maandelijkse inleg. Wat kun je consistent volhouden? Begin met dat bedrag, ook al is het 50 euro.

Stap 4: automatiseer. Stel een automatische overboeking in op de dag dat je salaris binnenkomt. Koop elke maand op dezelfde dag. Dit heet dollar-cost averaging: je koopt soms duur, soms goedkoop, maar gemiddeld koop je tegen de gemiddelde marktprijs. Geen timing, geen stress.

Stap 5: doe niets. Dit is het moeilijkste. Als de beurs daalt, koop je gewoon door. Je koopt dezelfde aandelen goedkoper. Als de beurs stijgt, koop je gewoon door. Je strategie verandert niet op basis van wat de markt doet.

Wanneer kies je dan wél voor een actief fonds?

Eerlijk gezegd: zelden. Er zijn markten waar actieve managers een betere kans maken in bepaalde niches in opkomende markten waar informatie minder breed beschikbaar is, of zeer specifieke obligatiemarkten. Maar voor de gemiddelde particuliere belegger die wil dat zijn geld groeit met minimale kosten en maximale spreiding: een passieve ETF is vrijwel altijd de betere keuze.

De ironie is dat je door minder te doen (geen analyse, geen selectie, geen timing) betere resultaten behaalt dan de meeste mensen die er veel tijd en energie insteken. Dat is het mooie van indexbeleggen.