Financiële begrippen uitgelegd

Loop je tijdens het lezen tegen een term aan die je niet kent? Hieronder vind je de begrippen die op GeldBloei het vaakst voorbijkomen, kort en duidelijk uitgelegd. Klik door naar het bijbehorende artikel voor de volledige uitleg.

ETF
Een ETF (Exchange Traded Fund) is een beleggingsfonds dat je in één aankoop spreidt over honderden of duizenden bedrijven tegelijk, tegen lage kosten. Het volgt meestal een index, zoals de wereldindex. Lees meer →
Indexfonds
Een indexfonds volgt automatisch een hele markt (een index) in plaats van losse aandelen te kiezen. Doordat er geen dure beheerder nodig is, zijn de kosten laag en presteert het op lange termijn vaak beter dan actieve fondsen. Lees meer →
Box 3
Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat gaat over je vermogen: spaargeld en beleggingen. Je betaalt belasting over je vermogen boven het heffingsvrij vermogen. Vanaf 2028 wordt dit gebaseerd op je werkelijke rendement. Lees meer →
Heffingsvrij vermogen
Het deel van je vermogen waarover je géén belasting in box 3 betaalt. Pas boven deze grens tel je mee voor de vermogensbelasting. Lees meer →
AOW
De Algemene Ouderdomswet is het basispensioen van de overheid dat iedereen krijgt die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027. Lees meer →
FIRE
FIRE staat voor Financial Independence, Retire Early: genoeg vermogen opbouwen om van het rendement te leven en eerder te kunnen stoppen met werken. De vuistregel is ongeveer 25 keer je jaarlijkse uitgaven. Lees meer →
Rente op rente
Het effect waarbij je rendement zelf weer rendement oplevert, waardoor je vermogen steeds sneller groeit. Hoe langer je belegt of spaart, hoe groter dit effect — daarom is vroeg beginnen zo belangrijk. Lees meer →
Salderingsregeling
De regeling waarbij je teruggeleverde zonnestroom wegstreept tegen je verbruik. Deze stopt definitief op 1 januari 2027; daarna krijg je een lagere terugleververgoeding. Lees meer →
Annuïteitenhypotheek
Een hypotheekvorm waarbij je maandlast gelijk blijft. In het begin betaal je vooral rente, later vooral aflossing. De meest gekozen vorm voor wie recht wil houden op hypotheekrenteaftrek.
Lineaire hypotheek
Een hypotheek waarbij je elke maand een vast bedrag aflost. Je maandlast daalt daardoor in de loop van de tijd, omdat je over een steeds lagere schuld rente betaalt.
NHG
Nationale Hypotheek Garantie: een vangnet dat je beschermt als je je hypotheek door bijzondere omstandigheden niet meer kunt betalen. Het levert vaak ook een lagere rente op. Lees meer →
Oversluiten
Je bestaande hypotheek vervangen door een nieuwe, meestal met een lagere rente. Het loont als de rentewinst groter is dan de kosten, zoals de boeterente. Lees meer →
Boeterente
Een vergoeding die je aan de bank betaalt als je je hypotheek eerder aflost of oversluit tijdens je rentevaste periode. Deze kan bij oversluiten een flinke kostenpost zijn.
Noodfonds
Een buffer van 3 tot 6 maanden vaste lasten op een direct opneembare rekening, om onverwachte kosten op te vangen zonder schulden te maken. Lees meer →
Depositogarantiestelsel
Een Europese regeling die je spaargeld tot €100.000 per persoon per bank beschermt als een bank failliet gaat. Geldt ook voor veel buitenlandse banken binnen de EU. Lees meer →
Dividend
Een deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan zijn aandeelhouders. Bij sommige ETF's wordt dividend uitgekeerd (distributing), bij andere automatisch herbelegd (accumulating).
Inflatie
De stijging van het algemene prijsniveau, waardoor je geld na verloop van tijd minder waard wordt. Daarom verliest spaargeld op een rekening met lage rente koopkracht. Lees meer →
Koopkracht
Wat je inkomen daadwerkelijk waard is nadat je rekening houdt met belasting en inflatie. Je koopkracht kan dalen ondanks een loonsverhoging. Lees meer →
Spaartarief
Het deel van je inkomen dat je opzij zet. Bij FIRE bepaalt je spaartarief vooral hoe snel je financieel onafhankelijk wordt. Lees meer →
Jaarruimte
De fiscale ruimte die je hebt om met belastingvoordeel voor je pensioen te sparen via een lijfrente. Vooral relevant voor zzp'ers en mensen met een pensioentekort. Lees meer →
Lijfrente
Een fiscaal voordelige manier om zelf voor aanvullend pensioen te sparen of beleggen. Je trekt de inleg af van de belasting en keert later periodiek uit. Lees meer →
Dynamisch energiecontract
Een energiecontract waarbij de prijs per uur meebeweegt met de marktprijs. Voordelig voor wie zijn verbruik kan verschuiven naar goedkope momenten. Lees meer →
Terugverdientijd
Het aantal jaren dat nodig is om een investering (zoals zonnepanelen of een thuisbatterij) terug te verdienen via de besparing die hij oplevert. Lees meer →
50/30/20-regel
Een eenvoudig budgetsysteem dat je netto-inkomen verdeelt in 50% vaste lasten, 30% wensen en 20% sparen en aflossen. Lees meer →
Vermogensbelasting
De belasting die je in box 3 betaalt over je spaargeld en beleggingen boven het heffingsvrij vermogen. Lees meer →

Mis je een begrip? Laat het weten — dan voeg ik het toe.