Financiële begrippen uitgelegd
Een helder overzicht van de belangrijkste financiële begrippen — in gewone taal, zonder jargon. Bijgewerkt juni 2026.
Loop je tijdens het lezen tegen een term aan die je niet kent? Hieronder vind je de begrippen die op GeldBloei het vaakst voorbijkomen, kort en duidelijk uitgelegd. Klik door naar het bijbehorende artikel voor de volledige uitleg.
- ETF
- Een ETF (Exchange Traded Fund) is een beleggingsfonds dat je in één aankoop spreidt over honderden of duizenden bedrijven tegelijk, tegen lage kosten. Het volgt meestal een index, zoals de wereldindex. Lees meer →
- Indexfonds
- Een indexfonds volgt automatisch een hele markt (een index) in plaats van losse aandelen te kiezen. Doordat er geen dure beheerder nodig is, zijn de kosten laag en presteert het op lange termijn vaak beter dan actieve fondsen. Lees meer →
- Box 3
- Box 3 is het deel van de inkomstenbelasting dat gaat over je vermogen: spaargeld en beleggingen. Je betaalt belasting over je vermogen boven het heffingsvrij vermogen. Vanaf 2028 wordt dit gebaseerd op je werkelijke rendement. Lees meer →
- Heffingsvrij vermogen
- Het deel van je vermogen waarover je géén belasting in box 3 betaalt. Pas boven deze grens tel je mee voor de vermogensbelasting. Lees meer →
- AOW
- De Algemene Ouderdomswet is het basispensioen van de overheid dat iedereen krijgt die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-leeftijd is 67 jaar in 2026 en 2027. Lees meer →
- FIRE
- FIRE staat voor Financial Independence, Retire Early: genoeg vermogen opbouwen om van het rendement te leven en eerder te kunnen stoppen met werken. De vuistregel is ongeveer 25 keer je jaarlijkse uitgaven. Lees meer →
- Rente op rente
- Het effect waarbij je rendement zelf weer rendement oplevert, waardoor je vermogen steeds sneller groeit. Hoe langer je belegt of spaart, hoe groter dit effect — daarom is vroeg beginnen zo belangrijk. Lees meer →
- Salderingsregeling
- De regeling waarbij je teruggeleverde zonnestroom wegstreept tegen je verbruik. Deze stopt definitief op 1 januari 2027; daarna krijg je een lagere terugleververgoeding. Lees meer →
- Annuïteitenhypotheek
- Een hypotheekvorm waarbij je maandlast gelijk blijft. In het begin betaal je vooral rente, later vooral aflossing. De meest gekozen vorm voor wie recht wil houden op hypotheekrenteaftrek.
- Lineaire hypotheek
- Een hypotheek waarbij je elke maand een vast bedrag aflost. Je maandlast daalt daardoor in de loop van de tijd, omdat je over een steeds lagere schuld rente betaalt.
- NHG
- Nationale Hypotheek Garantie: een vangnet dat je beschermt als je je hypotheek door bijzondere omstandigheden niet meer kunt betalen. Het levert vaak ook een lagere rente op. Lees meer →
- Oversluiten
- Je bestaande hypotheek vervangen door een nieuwe, meestal met een lagere rente. Het loont als de rentewinst groter is dan de kosten, zoals de boeterente. Lees meer →
- Boeterente
- Een vergoeding die je aan de bank betaalt als je je hypotheek eerder aflost of oversluit tijdens je rentevaste periode. Deze kan bij oversluiten een flinke kostenpost zijn.
- Noodfonds
- Een buffer van 3 tot 6 maanden vaste lasten op een direct opneembare rekening, om onverwachte kosten op te vangen zonder schulden te maken. Lees meer →
- Depositogarantiestelsel
- Een Europese regeling die je spaargeld tot €100.000 per persoon per bank beschermt als een bank failliet gaat. Geldt ook voor veel buitenlandse banken binnen de EU. Lees meer →
- Dividend
- Een deel van de winst dat een bedrijf uitkeert aan zijn aandeelhouders. Bij sommige ETF's wordt dividend uitgekeerd (distributing), bij andere automatisch herbelegd (accumulating).
- Inflatie
- De stijging van het algemene prijsniveau, waardoor je geld na verloop van tijd minder waard wordt. Daarom verliest spaargeld op een rekening met lage rente koopkracht. Lees meer →
- Koopkracht
- Wat je inkomen daadwerkelijk waard is nadat je rekening houdt met belasting en inflatie. Je koopkracht kan dalen ondanks een loonsverhoging. Lees meer →
- Spaartarief
- Het deel van je inkomen dat je opzij zet. Bij FIRE bepaalt je spaartarief vooral hoe snel je financieel onafhankelijk wordt. Lees meer →
- Jaarruimte
- De fiscale ruimte die je hebt om met belastingvoordeel voor je pensioen te sparen via een lijfrente. Vooral relevant voor zzp'ers en mensen met een pensioentekort. Lees meer →
- Lijfrente
- Een fiscaal voordelige manier om zelf voor aanvullend pensioen te sparen of beleggen. Je trekt de inleg af van de belasting en keert later periodiek uit. Lees meer →
- Dynamisch energiecontract
- Een energiecontract waarbij de prijs per uur meebeweegt met de marktprijs. Voordelig voor wie zijn verbruik kan verschuiven naar goedkope momenten. Lees meer →
- Terugverdientijd
- Het aantal jaren dat nodig is om een investering (zoals zonnepanelen of een thuisbatterij) terug te verdienen via de besparing die hij oplevert. Lees meer →
- 50/30/20-regel
- Een eenvoudig budgetsysteem dat je netto-inkomen verdeelt in 50% vaste lasten, 30% wensen en 20% sparen en aflossen. Lees meer →
- Vermogensbelasting
- De belasting die je in box 3 betaalt over je spaargeld en beleggingen boven het heffingsvrij vermogen. Lees meer →
Mis je een begrip? Laat het weten — dan voeg ik het toe.